zaterdag 3 januari 2015

Burn out

Volgens een enquête van De Morgen riskeert niet alleen de helft van de Vlamingen een burn-out, maar, erger nog, stevent een op de tien mensen die zich goed in zijn of haar vel voelt, zonder het te beseffen af op de afgrond. Dat is ronduit angstaanjagend.

Enige relativering is ons inziens op zijn plaats. Volgens een onderzoek van de FOD Werkgelegenheid Arbeid en Sociaal Overleg (2010) kreeg 0,8 procent van de Belgische beroepsbevolking de diagnose burn-out in een representatieve bevraging bij huisartsen en bedrijfsartsen. Dit cijfer komt overeen met bevindingen uit internationaal onderzoek: de reële kans op een burn-out is klein. Wanneer mensen echter rechtstreeks bevraagd worden, zoals in de enquête van de SERV en De Morgen, ligt het percentage al gauw een tienvoud hoger, om de eenvoudige reden dat burn-out een synoniem geworden is voor chronische stress.

De metafoor van de dovende kaars spreekt veel mensen aan. Een goede definitie ontbreekt. Volgens de meest gangbare omschrijving is een burn-out een negatieve, aanhoudende gemoedstoestand die verband houdt met het werk en leidt tot uitputting, demotivatie en niet meer kunnen functioneren. Het fenomeen treft vooral hardwerkende individuen die er niet goed in slagen met stress om te gaan en te veel hooi op hun vork nemen. Misschien moeten werkgevers en werknemers leren tevreden zijn met minder...

Een burn-out is geen ziekte en staat evenmin beschreven in het handboek van psychiatrische aandoeningen. Het is een populaire term voor overspannenheid en uitputting, waar geen stigma aan kleeft. De mechanismes zijn dezelfde als die spelen bij syndromen die altijd al bestaan hebben met wisselende benamingen zoals overspannenheid, neurasthenie of surménage.

Dezelfde triade - overmaat aan stress, het ontstaan van klachten en sociaal disfunctioneren - komen steeds terug. Het probleem is van alle tijden, onze overgrootouders die een eitje in tweeën moesten delen, hadden ontegensprekelijk ook stress om hun kinderen gevoed te krijgen en evenzeer kans om te decompenseren.

Een burn-out moet niet overdreven gemedicaliseerd worden. Er zijn geen overtuigende studies die het nut van medicatie aantonen. Ten hoogste kunnen medicijnen gebruikt worden om symptomen als slapeloosheid of andere lichamelijke klachten te behandelen. Het is steeds belangrijk om de bedrijfsarts in te schakelen en te zoeken naar mogelijkheden om te saneren in te belastende opdrachten.

Cognitieve gedragstherapie heeft zijn nut bewezen, het belang van ontspanning, sport en structuur moeten uiteraard benadrukt worden. Een echte burn-out is gelukkig zeldzaam en het natuurlijke verloop is doorgaans gunstig.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen