woensdag 4 januari 2017

Kruidengeschiedenis: over lepelblad en scorbuut

 In de tuinen op Kaap de Goede Hoop werden naast citroenen ook lepelblad en mierikswortel gekweekt. Deze gewassen waren, evenals beekpunge, primula, waterkers en kleefkruid, een gewaardeerd middel tegen scheurbuik. Het gunstig effect van lepelblad bij scheurbuik was al aan het eind van de 16de eeuw zo algemeen bekend, dat de Engelsen de plant 'scurvy grass' noemden. Een heel beeldende beschrijving over het gebruik van lepelblad uit diezelfde periode is te vinden in het journaal van de overwintering op Nova Zembla.

In mei 1596 was voor de derde keer een Amsterdams schip uitgevaren om te proberen langs het noorden van Europa naar China te komen. De bedoeling was dat men zou overwinteren en in het voorjaar de reis zou voortzetten. Die overwintering werd zoals bekend een drama: het schip kwam vast te zitten in het ijs, en de bemanning moest onder barre omstandigheden voor onderdak zorgen. Ze bouwden met delen van het schip een primitieve hut, en in dit 'Behouden Huys' werd de winter doorgebracht. Pas in juni van het volgend jaar was het ijs zover gesmolten dat men de terugreis kon aanvaarden. Maar de bemanningsleden die de winter overleefd hadden waren zo zwak door de scheurbuik dat zij nauwelijks meer de kracht konden opbrengen om hun schip weer vlot te trekken. Op 31 juli 1597 schreef kapitein Willem Barentz in zijn dagboek dat ze lepelblad vonden en dat deze vondst: "Wonderlich wel te passe quamen gemerckt zy veel sieckten hadden, ja meestal alzoo van 't scheurbuyck geplaeght waren dat zij nauweliex voort mochten. Zy aten deze bladeren met handen volop want zy in Hollandt veel hadden horen zeggen van hare kracht, maer bevonden die meerder dan zy gehoopt of gemeent hadden ende 't hielp haer so merckelyk ende haestigh, dat zy zelfs verwondert waren, ja sommigen aten terstond weder beschuyt, dat zy kort tevoren niet hadden kunnen doen'. 

 Zeescheurbuik werd op verschillende manieren behandeld, en al die therapieën berustten op ondervinding. Door ervaring en overlevering had men geleerd dat vers fruit, met name citroenen en sinaasappels, verse groenten, vers vlees en kruiden als lepelblad, waterkers en mierikswortel de klachten verminderden. De opvattingen over de oorzaken van de scheurbuik op zee kwamen er in het algemeen  op neer dat de bedorven lucht in het ruim van het schip, gebrek aan fris water, bedorven levensmiddelen en een eentonige levenswijze scheurbuik veroorzaakten.

http://kunst-en-cultuur.infonu.nl/geschiedenis/54865-lepelblad-en-scheurbuik.html
Mierikswortel en het verwante lepelblad, Cochlearia armoracia L. en Cochlearia officinalis L. bevatten in verse toestand relatief veel vitamine C. Ge­kookt is dat al beduidend minder. Maar de planten bevatten ook een glycoside met mosterdolie. Bij het kneuzen van het blad of het raspen van de wortel ontstaat vrije mosterdolie die een desinfecterende werking heeft. Het alcoholische destillaat Spiritus Cochleariae dat ook geest van lepelblad heet, werd tot voor kort vooral bij aandoeningen in de mondholte gebruikt. Tinctuur van myrrhe en lepelblad was tot de jaren tachtig van de twintigste eeuw een standaard gorgelmiddel bij keelpijn. Een verre verwijzing naar het vroegere gebruik bij scheurbuik. Natuurlijk waren de bladeren van lepelblad opgenomen in d 'Amsterdammer Apotheek van 1686. De ver­se wortel van de plant was in 1958 nog opgenomen in de Nederlandse Pharmacopée 6de uitgave.

1 opmerking:

  1. foto toont zeewinde ( Convolvulus soldanella), géén lepelblad!

    BeantwoordenVerwijderen